Pathologie-Anatomie

Pathologie-Anatomie





Een patholoog-anatoom stelt vooral diagnoses op weefsels en cellen van levende patiënten. Zij zijn hiermee dienstverlenend aan andere specialisten, zoals internisten, chirurgen en gynaecologen. De rol van de patholoog is vaak van cruciaal belang voor het inzetten van een goede behandeling van de patiënt. Onderzoek naar erfelijke aandoeningen is hier een voorbeeld van. Na het onderzoek rapporteren we dit naar de specialisten toe. Slechts een klein deel van hun tijd besteden pathologen aan het bepalen van de doodsoorzaak van patiënten die in het ziekenhuis zijn gestorven. Dit doen we ongeveer 20 keer per jaar. De patholoog kent een aantal methoden om de diagnose te bepalen. Met behulp van celonderzoek wordt via een naald losse cellen opgezogen en bekeken onder de microscoop. Weefselonderzoek is een methode waarbij stukjes weefsel met behulp van een microscoop worden bekeken om tot een diagnose te komen. De laatste methode wordt vooral gebruikt als een klein of groter weefselstukje, via bijvoorbeeld biopsie, is verkregen door een poliklinisch ingreep of tijdens een operatie.